rechterlijke organisatie contourennota modernisering


 

Tweede Kamer 26 352, nr.60 Contourennota modernisering rechterlijke

organisatie

 

Nr. 60 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 maart

2002

In het Algemeen Overleg over de Beleidsbrief ADR 2000–2002 (TK

1999–2000, 26 352, nr. 22) op 24 februari 2000, zijn door een aantal leden van

uw commissie vragen gesteld met betrekking tot het

verschoningsrecht van de mediator.

Men achtte het zinvol dit gebied nader in kaart te brengen en met voorstellen te

komen in plaats van de ontwikkelingen in de rechtspraak en bij het Nederlands

Mediation Instituut (NMI) af te wachten. Naar aanleiding van deze vragen heeft

mijn ambtsvoorganger toegezegd nadere studie rond het verschoningsrecht en de

geheimhoudingsplicht van de mediator te zullen bevorderen. Daarover bericht ik u

als volgt.

In het kader van consultatie is aan diverse betrokkenen uit

het veld gevraagd naar hun ervaringen met de geheimhoudingsplicht van de

mediator en eventuele knelpunten met betrekking tot een beroep op het

verschoningsrecht. Uit de antwoorden bleek dat veel direct betrokkenen (met name

uit de hoek van mediators en advocatuur) graag zouden zien dat de mediator – met

het oog op het voor mediation cruciale aspect van vertrouwelijkheid – zich ten

aanzien van hetgeen in de mediation is besproken op zijn geheimhoudingsplicht

kan beroepen, zodanig dat een daarop gebaseerd beroep op een verschoningsrecht

door de wet of de rechtspraak zou worden erkend.

Tegelijkertijd kwam naar voren dat zich

op dit punt tot dusverre geen noemenswaardige problemen hebben voorgedaan.

In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat met de

toekenning van een verschoningsrecht

voorzichtig wordt omgegaan. De wetgever heeft dit recht slechts aan een

zeer beperkte groep van personen toegekend, namelijk aan hen die «uit

hoofde van hun ambt of beroep tot geheimhouding verplicht zijn, doch alleen

omtrent hetgeen waarvan de wetenschap aan hen als zodanig is toevertrouwd

(art. 218 Strafvordering) of

omtrent hetgeen hun in die hoedanigheid is toevertrouwd (art.

165 lid 2 onder b Rechtsvordering)».

Uitgangspunt is dat eenieder verplicht is om, geroepen voor

de burgerlijke, straf- of belastingrechter, als getuige vragen van de rechter te

beantwoorden. Met het oog op het maatschappelijke belang dat de waarheid in

rechte aan het licht komt, moet voorkomen worden dat tal van beroepsgroepen zich

op grond van hun werkzaamheden zouden kunnen onttrekken aan hun plicht om ten

overstaan van de rechter een getuigenis af te leggen.

De Hoge Raad toetst dan ook strikt alvorens een beroep op het

verschoningsrecht wordt gehonoreerd. Slechts aan een beperkte groep van personen

die uit hoofde van hun ambt of beroep verplicht zijn tot geheimhouding van al

hetgeen hun in hun hoedanigheid wordt toevertrouwd, is tot dusverre een

verschoningsrecht toegekend. Voor deze groep geldt «dat

hun maatschappelijke functie meebrengt dat te hunnen aanzien het maatschappelijk

belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt moet wijken voor het

maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor

openbaarmaking van het besprokene om bijstand en advies tot hen moet kunnen

wenden» (zie HR 6 mei 1986, NJ 1986, 814)

Bij toekenning van een verschoningsrecht uit hoofde van ambt

of beroepsgroep wordt door rechter en rechtswetenschap in meer of mindere mate

waarde gehecht aan de volgende criteria:

 

het desbetreffende

ambt of beroep moet wettelijk geregeld zijn;

met de uitoefening

van het desbetreffende ambt of beroep moet een aanzienlijk algemeen belang

gemoeid zijn;

het ambt of beroep

moet een vorm van tuchtrechtelijke controle kennen;

in het kader van

aard en inhoud van de functie moet er sprake zijn van een redelijk omlijnde of

te omlijnen taak;

de uit hoofde van

de functie te behartigen belangen mogen niet al te zeer uiteenlopend zijn.

Ten aanzien van die beroepsgroepen «dient de rechter een

beroep op het verschoningsrecht te aanvaarden, zolang hij aan redelijke twijfel

onderhevig acht of verstrekking van gegevens zou kunnen geschieden zonder dat

geopenbaard wordt wat verborgen dient te blijven» (HR 16 december 1998. RvdW

1999, 2C)

De rechter kan daarentegen in specifieke gevallen toestaan

dat een getuige bepaalde vragen niet beantwoordt, ook zonder dat deze getuige

een wettelijk verschoningsrecht of zelfs een formele geheimhoudingsplicht heeft.

Op die wijze kan een belangenafweging in een concreet geval plaatsvinden.

Op dit moment geldt dat de

mediator zich niet tot de «erkende» groep van verschoningsgerechtigden mag

rekenen.

Tegelijkertijd geldt dat de ontwikkeling van mediation in de

Nederlandse rechtspraktijk daardoor,

naar het zich thans laat aanzien, niet wordt belemmerd.

Momenteel vinden onder meer onder verantwoordelijkheid van

Justitie projecten plaats waarbij wordt bezien of structurele voorzieningen in

de justitiële infrastructuur voor doorverwijzing naar mediators bestaansrecht

hebben. De notie dat mediation zich nog in een ontwikkelingsfase bevindt acht ik

in dit kader in het bijzonder van belang.

Alvorens

de vraag te beantwoorden of juist het beroep van mediator al dan niet in

aanmerking zou moeten komen voor toekenning van een verschoningsrecht, moet

immers eerst de meer fundamentele vraag worden beantwoord of mediation een

dermate belangrijke positie inneemt in het geheel van geschiloplossende

mechanismen dat het belang van waarheidsvinding in een gerechtelijke procedure

in redelijkheid zou moeten wijken voor het belang van geheimhouding van hetgeen

in een mediation is besproken. Daarvoor is naar mijn mening in ieder geval

noodzakelijk dat mediation als alternatieve wijze van geschiloplossing in

belangrijke mate structureel onderdeel uitmaakt van de Nederlandse

rechtspraktijk.

Daarvan is op dit moment (nog) geen sprake.

Voorts kan nog

niet worden gesproken van een beroepsgroep van mediators die duidelijk af te

bakenen is van andere beroepsgroepen. Het vak van mediator wordt op

dit moment veelal uitgeoefend door juridische beroepsbeoefenaren of personen uit

het veld van de psychologie en het maatschappelijk werk. Zo er al sprake zou

zijn van een beroepsgroep van mediators geldt bovendien dat deze

nog geen

substantiële rol speelt in de praktijk van de conflictoplossing en voorts nog

onvoldoende zelfstandig ontwikkeld is.

Tenslotte

is in vergelijking met andere beroepsgroepen die zich wel tegenover de rechter

op een verschoningsrecht kunnen beroepen, in geval van mediation (nog) geen

sprake van een afgebakend en gereglementeerd proces.

Op basis van het voorgaande concludeer ik dat toekenning van

een (wettelijk) verschoningsrecht aan de mediator in dit stadium van de

ontwikkelingen niet wenselijk is, maar ook dat het ontbreken daarvan tot

dusverre nog niet tot noemenswaardige problemen heeft geleid. Wel acht ik het

van belang verdergaand te onderzoeken of het ontbreken van een dergelijk recht

van invloed zou kunnen zijn op het welslagen van mediation als volwaardig

alternatief ten opzichte van andere wijzen van conflictoplossing. Daartoe kan

worden gekeken naar de ontwikkelingen in de Justitie-projecten, maar ook naar de

ontwikkelingen op mediationgebied in andere landen.

Ik zal vragen met betrekking tot het verschoningsrecht voor

de mediator dan ook betrekken bij het onderzoek naar de praktijk van mediation

binnen de justitiële infrastructuur in ons omringende vergelijkbare

rechtsstelsels. Een dergelijk onderzoek was reeds opgenomen onder de

beleidsinitiatieven zoals aangekondigd in de Beleidsbrief ADR. Dit onderzoek zal

worden afgerond in de loop van 2003.

De Staatssecretaris van Justitie, N. A. Kalsbeek

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s